Je bekijkt nu Baarmoedergolven
baarmoedergolven

Baarmoedergolven

Baarmoedergolven – interview met Celine Blank

In aflevering #26 van de podcast vertelt Celine Blank over het onderzoek dat zij deed naar de invloed van baarmoedergolven. Het was al bekend dat er golfpatronen in de baarmoeder bestaan. Maar dat je daar invloed op kunt uitoefenen om de fertiliteit te verbeteren is nieuw. Celine ontwikkelde, in samenwerking met Technische Universiteit (TU) Eindhoven een meetmethode waarmee de kracht en de frequentie van baarmoedergolven objectief meetbaar is. Dit onderzoek rondde ze recent af.

Meer succes bij IVF dankzij meten baarmoedergolven

Celine Blank is een gepromoveerd gynaecoloog in opleiding. Zij deed onderzoek naar baarmoedergolven. Hierover stond op 19 februari jongstleden een artikel in de Volkskrant. Het artikel ging over een vernieuwend onderzoek dat Celine deed. Het was al bekend dat er golfpatronen in de baarmoeder bestaan. Maar dat je daar invloed op kunt uitoefenen om de fertiliteit te verbeteren is nieuw. Celine ontwikkelde, in samenwerking met Technische Universiteit (TU) Eindhoven een meetmethode waarmee de kracht en de frequentie van baarmoedergolven objectief meetbaar is. Dit onderzoek rondde ze recent af.

Gynaecoloog worden

Celine is 31 jaar en is opgegroeid in Naarden. Ze volgde haar studie aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. Na het afronden van haar studie, in 2014, vertrok ze naar Suriname. Ze werkte daar een jaar als basisarts op het gebied van algemene geneeskunde en ook een deel verloskunde. In Suriname kon Celine nadenken over wat ze daarna wilde doen. Dat ze gynaecoloog wilde worden wist ze al wel. Ze kwam in aanraking met professor Dick Schoot. Hij zocht een onderzoeker voor het project voor het onderzoek naar baarmoedergolven. Vanuit Suriname voerde Celine verschillende gesprekken met hem via Skype. Toen ze na een jaar naar Nederland kwam begon ze aan het onderzoek.

Opleiding in België

Celine woont samen met haar vriend in Zwolle. Binnenkort verhuizen ze samen naar het zuiden van het land. Dit voor haar opleiding die ze gaat voortzetten in Antwerpen. De opleiding tot gynaecoloog in België UZ Gent. Ze doet een deel van de opleiding in Zwolle in de Isalakliniek. De opleiding is opgesplitst in twee jaar in Nederland, waarvan ze er nu anderhalf jaar op heeft zitten. De rest van haar opleiding volgt ze voor twee jaar in België.

De keuze voor een dubbele opleiding

Celine begon haar promotietraject aan de TU in Eindhoven. Dat werd een samenwerking met het UZ Gent. De metingen van de baarmoedergolven bij IVF-patiënten zouden eigenlijk in het Catherina ziekenhuis plaatsvinden. Ze wilden de baarmoedergolven van de patiënten zowel meten tijdens de stimulatiefase van de fertiliteitsbehandeling als tijdens de terugplaatsingsfase. Toen het IVF-lab naar Tilburg verhuisde, betekende dat dat de metingen op twee verschillende locaties zou moeten gebeuren. Omdat ze hiervoor één echoapparaat gebruikte was dit eigenlijk niet meer mogelijk.

Omdat Dick Schoot als gastprofessor verbonden is aan het Universitair Ziekenhuis (UZ) Gent, kregen ze de mogelijkheid om daar de metingen van de samentrekkingen van de baarmoeder te doen. Ze hebben uiteindelijk hun onderzoek daarin voortgezet. Dat mondde voor Celine uit op een dubbel doctoraat, een dubbele promotie, zowel aan het UZ Gent op gezondheidswetenschappen als aan de Technische Universiteit voor het technische gedeelte van het onderzoek.

Afdeling fertiliteit

In het UZ Gent kwam Celine op de afdeling fertiliteit terecht. Hier kwam ze vaak en waren er mogelijkheden om de opleiding gynaecologie daar te starten. Nadat ze twee jaar onderzoek deed kon ze daar beginnen aan de opleiding. En er was de mogelijkheid om een deel van de opleiding in Nederland te doen. Om haar doctoraat, haar PHD, aan twee universiteiten in twee landen kon doen als ook haar opleiding tot gynaecoloog zodat ze van beide werelden het beste kon meepakken.

‘Babydokter’ worden

Celine wist al vrij snel dat ze gynaecoloog wilde worden. Ze kwam een keer haar peuterjuf tegen. Toen ze haar vertelde dat ze geneeskunde studeerde was haar vroegere juf niet verbaasd. Als peuter riep ze namelijk al dat ze ‘armen-en-benen-dokter’ wilde worden of ‘babydokter’. Het werd babydokter. Het zat er bij haar dus al heel vroeg in dat ze dokter wilde worden. Dat is nog heel even dierenarts geweest, maar toen ze erachter kwam dat ze dan ook van alles moest doen wat ze niet wilde kwam ze toch heel snel terug bij geneeskunde voor de mens.

Fertiliteit

Gynaecologie trok altijd wel haar aandacht, voornamelijk verloskunde. Met haar coschappen vond ze de verloskunde ontzettend leuk, maar haar interesse voor de fertiliteit begon ook steeds meer te trekken. Ze vindt fertiliteit een heel bijzonder onderwerp en zag daar mogelijkheden. Gynaecologie is best breed en Celine wilde iets meer de diepte in en zich specialiseren. Binnen het vakgebied kon ze zowel verloskunde doen met daarbij gynaecologie en de fertiliteit.

Onderzoek en echo’s

Dat patiënten van alle levensfases voorbijkomen vindt Celine heel erg leuk aan het vak. Daarnaast vindt ze het leuk dat ze heel veel zelf kan doen. Als gynaecoloog kan ze zelf haar patiënten op de poli zien en ze ook zelf onderzoeken en echo’s maken. Als er uiteindelijk behandelingen uitgevoerd moeten worden doet de gynaecoloog dat ook zelf. Het is een heel compleet vak, waarbij de weinig uit handen hoeft te geven. Dit trok Celine erg aan in het vak.

Onderzoek baarmoedergolven

Omdat ze zich wat meer wilde verdiepen koos Celine ervoor om tijdens haar opleiding een onderzoek doen. Ze kwam terecht bij het onderzoek waar Dick Schoot de initiator van is.  

Hoogleraar Dick Schoot heeft het onderzoek samen met biomedicus Massimo Mischi van de TU ontwikkeld. Hij was ook haar technische promotor.

Onverklaarbare verminderde vruchtbaarheid

Dat de baarmoedergolven er waren is al lang bekend. In de jaren 90 en het begin van het jaar 2000 is daar al onderzoek naar gedaan. Ook wel in Nederland. Op een gegeven moment was daar niet zoveel aandacht voor en is dat in de vergetelheid geraakt. Dick Schoot geloofde al wel dat een stukje van de onverklaarbare onvruchtbaarheid te maken heeft met de motorriek van de baarmoeder.

Samentrekkingen van de baarmoeder meten

Het probleem was dat er geen meetmethode was om de baarmoedergolven goed vast te kunnen leggen. In studies uit die tijd is terug te zien dat er baarmoederfilmpjes werden gemaakt met de echo en dat het aantal samentrekkingen van de baarmoeder werd geteld.

Het tellen van het aantal samentrekkingen werkte eigenlijk niet zo heel goed. Er zit variatie in die afhankelijk is van degene die het beoordeelt. Het is dus niet te reproduceren, dus weer opnieuw beoordelen of dat het zelfde aantal is. Dat was hetgeen dat in het onderzoek miste. Dick Schoot kwam hij in overleg met de TU om een nieuwe methode te ontwikkelen. Dat werd deze studie. Vanaf het begin startte ze het onderzoek met gezonde vrouwen om eerst die methode te ontwikkelen, tot het punt waar ze nu staan.

Patroon baarmoeder gezonde vrouw

Het onderzoek begon met het in kaart brengen van de motoriek van de baarmoeder bij een gezonde vrouw, bij voorkeur bij vrouwen die al een keer zwanger zijn geweest. Ze onderzochten hoe dit patroon zich ontwikkelt op basis van de cyclus. Dit was al door andere onderzoekers bekeken.

Ze zagen dat de samentrekkingen tijdens de menstruatie vanaf de top van de baarmoeder naar de baarmoedermond, de uitgang van de baarmoeder, gaan. Net voor de eisprong is dat juist omgekeerd. De spermacellen worden door de samentrekkingen van de baarmoeder vervoerd richting de eileider. Dan gaat het juist de andere kant op. Het blijkt dus zo te zijn dat die samentrekkingen een functie hebben. Dat was het eerste dat ze onderzochten, om te kijken of ze op dezelfde resultaten uitkwamen.

Samentrekkingen nabootsen

Met een verwijderde baarmoeder ontwikkelde ze een methode voor verder onderzoek. Dat was een baarmoeder van iemand die problemen had met de cyclus. In die baarmoeder stopte ze een soort ballonnetje. De ballon bliezen ze op en lieten ze weer leeglopen om de samentrekkingen na te bootsen. Zo werd de baarmoeder uitgerekt en kwam hij weer in elkaar. Ondertussen maakten ze een echo van de baarmoeder. Daar hebben ze hun methode op getest. Dat was de eerste stap. Daarna onderzochten ze de gezonde vrouwen.

Minder kans op zwangerschap bij afwijkende baarmoedermotoriek

De hoofdvraag van het onderzoek was of vrouwen die een afwijkende baarmoedermotorriek hebben tijdens de terugplaatsing van het embryo bij IVF minder kans hebben op zwangerschap. Om daar te komen waren er wel wat tussenstappen nodig.

Ze onderzochten zestien vrouwen die via IVF zwanger probeerden te worden. Drie keer tijdens de IVF-behandelingen werden metingen gedaan. Zo werd er gemeten tijdens de stimulatie, dus als de vrouw hormonen toegediend krijgt. Verder werd er gemeten als de eiblaasjes aan het groeien waren en als de ei-blaasjes groot genoeg waren, groter dan 16 millimeter.

Baarmoedermotoriek meten

De metingen werden gedurende vier minuten gedaan via een inwendige echo. Hierbij moest zowel de vrouw als Celine ervoor zorgen dat het inwendige echo-apparaat zo stil mogelijk werd gehouden, zodat er in de baarmoeder zo min mogelijk bewegingen waren en ze echt kon meten wat er in de baarmoeder gebeurde.  

Die filmpjes werden vervolgens geanalyseerd. Dat deden ze tijdens de stimulatiefase, een uur voordat het embryo is teruggeplaatst en 5 tot 7 dagen nadat het embryo is teruggeplaatst. Hierna keken ze of de vrouw wel of niet zwanger is geworden en werd daarmee een voorspelling gedaan.

Samentrekkingen baarmoeder nodig voor zwanger worden

In literatuur en wat in eerdere studies is beschreven zagen de onderzoekers dat te veel samentrekkingen een negatief effect zouden hebben op het zwanger worden. Dat is echter niet wat zij zagen. Zij zagen dat je wel samentrekkingen nodig hebt maar dat ze niet te sterk moeten zijn. De reden dat het onderzoek van Celine niet overeen kwam met de literatuur is dat alle andere onderzoeken steeds gedaan waren op basis van dat er gekeken werd naar die filmpjes. Het onderzoek van Celine richtte zich op het laagje van de spierwand van de baarmoeder, om de binnenkant heen waar je het baarmoederslijmvlies hebt. Die spier daaromheen is de laag waar zij in geïnteresseerd waren en niet de buitenste laag.

Als die buitenste laag ook wat beweegt is het heel lastig om met het blote oog alleen maar naar die binnenlaag te kijken. Daardoor kan je toch wel wat verschillen hebben.

Baarmoeder bestaat uit meerdere lagen

Een baarmoeder is niet een laag aan spierweefsel maar meerdere lagen. Er zijn drie verschillende typen lagen. Zij keken het meest naar de binnenste laag. Dat is waar zij denken dat de activiteit van belang is voor onder andere de voortplantingsgeneeskunde.

Bij zes vrouwen die IVF deden hebben ze dat gemonitord. Ze begonnen met 29 vrouwen. Een van de inclusiecriteria, van vrouwen die in de studie mogen, was dat de vrouw een verse terugplaatsing moest hebben. Helaas hadden de andere vrouwen ofwel geen verse terugplaatsing of helaas helemaal geen embryo’s. Dat betekende dat zij niet mee konden doen aan de studie omdat ze dan geen uitkomst hadden. Dan konden ze de uitkomst niet vergelijken. Uiteindelijk hadden ze heel mooi resultaat: 7 van de 16 vrouwen die zij onderzochten waren zwanger. Daarmee konden ze gebruik maken van machine learning om te kijken hoe goed ze konden voorspellen wie wel en wie niet zwanger werd. Dat is de 90 procent voorspellingswaarde waar ook over geschreven is in het artikel in de Volkskrant.

Ideaal aantal baarmoedergolven voor zwangerschap

Uit het onderzoek bleek onder andere dat vrouwen die een lage frequentie samentrekkingen hadden bij het onderzoek, dus een laag aantal samentrekkingen per minuut, hadden minder kans op zwangerschap. Om zwanger te worden zijn, volgens de studie van Celine, één à twee samentrekkingen per minuut nodig. Het lijkt een beetje een optimale range te zijn van wat de ideale aantal samentrekkingen zijn. Celine wil er wel bij vermelden dat dit een studie is die maar op 16 patiënten gebaseerd is. Dat is een heel laag aantal. Om daar in de toekomst daadwerkelijk iets over te kunnen zeggen, moet dit aantal uitgebreid worden. Er kunnen dus nog niet definitief conclusies aan het onderzoek gehangen worden. Het is wel veelbelovend dat er iets lijkt te zijn. Dit is nog echt iets dat ze verder moeten ontwikkelen en waar ze vooral veel meer patiënten voor nodig hebben om de groep uit te breiden. Daar zijn ze op dit moment mee bezig om daar nog veel meer over te kunnen zeggen. Ze hebben nu wel een trend kunnen zien in die zestien vrouwen.

Bewegingspatroon baarmoeder in kaart brengen

In deze studie hebben de onderzoekers echt puur gekeken naar de frequentie, het aantal en de sterkte van de baarmoedergolven. Er zijn nog een aantal dingen die ze willen onderzoeken en waar ze ook mee bezig zijn. Dat is onder andere de richting, ze kijken met 3D of ze daar nog meer over kunnen zeggen. Om het hele bewegingspatroon van de baarmoeder meer in kaart te brengen. En dan ook te kijken of er nog andere kenmerken van die beweging zijn die van nut zijn. De studie is nog niet klaar,

Invloed baarmoedergolven op zwangerschap

De eerste stap in het vervolg van het onderzoek is dat ze gaan uitbreiden naar aantallen vrouwen. Bij de gezonde vrouwen is het belangrijk dat ze daar nog een grotere groep van krijgen. Zodat ze nog beter de ‘normaal’ waardes kunnen vastleggen.

Ook bij de IVF-patiënten zijn veel grotere aantallen nodig om te laten zien wat voor invloed baarmoedergolven hebben op de zwangerschap. Daarin willen de onderzoekers iets kunnen zeggen over de afkapwaarde: Het aantal sterke samentrekkingen waarbij de kans op een doorgaande zwangerschap heel klein is. En zeker in combinatie met andere factoren. Zodat je op basis daarvan een beslissing kan nemen. Er is, volgens Celine, veel meer data nodig om daar iets over te kunnen zeggen en zeker om daar beslissingen op te baseren.

Ideaal samentrekkingspatroon

Celine wil nog verder onderzoeken wat het ideale samentrekkingspatroon is. En voor wie daarbuiten valt hoeveel kans er dan is op een zwangerschap. En of de kans op een zwangerschap niet groter is als het embryo wordt ingevroren en op een later tijdstip wordt teruggeplaatst in een natuurlijke cyclus. Daarnaast wil Celine onderzoeken of je deze samentrekkingen kunt beïnvloeden met medicatie. Daar moet dan ook weer onderzocht worden wat voor invloed bepaalde medicatie heeft. Sommige medicatie zal misschien het aantal samentrekkingen vermeerderen maar nog niks doen op de sterkte.

Patroon baarmoedergolven leren herkennen

De onderzoekers willen de ‘gezonde’ groep vrouwen uitbreiden om nog beter een soort normaalwaarde te kunnen definiëren. De voorkeur gaat daarbij naar vrouwen in de leeftijdscategorie tussen de 20- 40 jaar, die bij voorkeur al een keer zwanger zijn geweest, zodat je weet dat ze zwanger kunnen worden. Vrouwen waarbij geen eerdere afwijkingen aan de baarmoeder zijn geweest. Celine hoopt van deze vrouwen het patroon van baarmoedergolven te leren herkennen. Wat is het normale patroon, zodat je dat weer kan vergelijken met vrouwen die een onverklaarde reden hebben van verminderde vruchtbaarheid. Zo kunnen de onderzoekers zien of daar misschien verschil in ziet en of ze dan al sneller ergens kunnen sturen.

Percentage geslaagde zwangerschappen verhogen

Voor het vervolg van het onderzoek kijkt Celine naar wat voor nu het eerst haalbaar is. Waar gaan de onderzoekers op dit moment het meest aan hebben, waar in ieder geval ook de vrouwen iets aan zullen hebben. Ze kijkt daarbij naar de stappen die ze moeten zetten om hopelijk het percentage met geslaagde zwangerschappen omhoog te krijgen. Dat is uiteindelijk de wens van Celine. Al is het maar een paar procent dat je ergens bij op kunt tellen. Dan worden er toch steeds meer vrouwen zwanger die zwanger willen worden. Het is voor de onderzoekers elke keer met elkaar overleggen en bekijken de ideeën zijn en wat lijkt nu het meest nuttige en relevante eerste vraagstuk om verder komen in het onderzoek. Wat is het meest haalbare op dat moment en is dat klinisch relevant.

Arts en patiënt besluiten samen over terugplaatsing embryo

Celine hoopt dat, als zij kunnen aantonen dat baarmoedergolven in een grotere groep vrouwen van invloed is op de zwangerschap, dat er uiteindelijk een soort button op de echomachine komt. Zodat een gynaecoloog voordat een embryo wordt terugplaatst bij een vrouw kan meten wat het patroon is van haar baarmoeder. En is dat patroon normaal of afwijkend. Daarbij is een combinatie van alle andere factoren om zwanger te kunnen worden van belang. Naast het patroon van baarmoedergolven moet daarin alles meenomen worden. Het embryo, de karakteristieken van de vrouw en de man. Celine zou graag zien dat er een soort ‘voorspelmodel’ ontstaat waarbij je de kans kunt meten voor het juiste moment van terugplaatsen van het embryo. Of de kans dat je het embryo invriest en terugplaatst op   moment. De arts kan dan, op basis van deze kans, samen met de patiënt besluiten om het embryo wel of niet terug te plaatsen en samen de verdere behandeling kiezen.

En dat er uiteindelijk een oplossing komt voor mensen met afwijkende baarmoedergolven of dat er een timingverbetering kan plaatsvinden. Bijvoorbeeld niet nu het embryo terugplaatsen, maar over drie maanden als de bewegingen beter zijn.

Resultaten testen in grotere groep

Hoe het verder verloopt is afhankelijk van de resultaten van het testen in een grotere groep. Dat zal ook door andere onderzoeksgroepen uitgebreid moeten worden. De onderzoekers willen eigenlijk dat er in verschillende klinieken en zelfs in verschillende landen onderzocht wordt, en dat hun resultaten bevestigd worden. Het krijgt nu wel veel aandacht waardoor er ook onderzoeksgroepen vanuit andere landen mee bezig zijn. Uiteindelijk zijn er gewoon verschillende grote groepen nodig in verschillende onderzoeken, zodat er daar ook draagvlak voor komt.

Baarmoedersamentrekkingen van 1 à 2 per minuut

Een van de studies waar Celine in haar onderzoek naar refereert, is een studie die dezelfde resultaten qua aantal samentrekkingen liet zien. Er waren 64 procent doorgaande zwangerschappen te zien bij vrouwen die rond de embryotransfer een terugplaatsing hadden, met baarmoedersamentrekkingen van 1 à 2 per minuut. Dat is ook waar Celine in haar onderzoek op uitkwam. Bij het eerdere onderzoek was er ook een groep vrouwen die meer samentrekkingen had, waarbij de zwangerschapskans naar beneden ging. Celine had in haar groep geen patiënten die meer dan twee samentrekkingen hadden.

Samentrekking baarmoeder via echo te zien

De samentrekkingen zijn bij elk inwendig echo-apparaat te zien. Elke fertiliteitsarts of gynaecoloog zou er in principe al naar kunnen kijken. Het zijn hele langzame samentrekkingen. Een samentrekking kan zo’n 20 seconden duren. Het hele probleem met alleen ‘ernaar kijken’, is volgens Celine, dat het geen objectief gegeven is. Iedere arts beoordeelt het anders. Als je er echt iets mee wil dan moet je dat algoritme eroverheen laten gaan. Echobeelden zijn eigenlijk allemaal filmplaatjes achter elkaar. Het is eigenlijk een spikkelpatroon. Celine selecteert daar een klein stukje van en in elk beeld zoekt ze dan dat spikkelpatroon dat ze geselecteerd heeft. Ze kijkt dan of daar beweging in is, of het patroon bewogen is ten opzichte van het andere beeld daarvoor. Zo kan ze zeggen of het beeld beweegt en of er samentrekkingen of ontspanning is van dat stukje.

Computerprogramma voor meten baarmoedergolven

De baarmoedergolven zijn moeilijk met het oog te constateren, daarom hebben de onderzoekers er een computerprogramma voor geschreven. Rond 2000 is er ook al naar gekeken, maar is het onderzoek van Celine is een nieuwe meetmethode ontwikkeld om de baarmoedergolven op een objectieve manier te kunnen meten. De meetmethode is eigenlijk ontwikkeld voor het hart. Die is nu gebruikt in de baarmoeder.

De baarmoeder is, net als het hart, ook een spier met samentrekkingen. Van het hart werden al echo’s gemaakt. Hier werd ook gebruik gemaakt van speckle tracking echocardiography, het volgen van het spikkelbeeld, dat hebben ze daarvan overgenomen. Het hart heeft het voordeel dat het veel meer keer beweegt per minuut. De baarmoeder heeft een langzamer patroon.

Zwangerschapspercentage voor vrouwen die moeilijk zwanger worden omhoog

Gelukkig is de groep die niet zwanger kan worden maar heel klein. De kans dat je met de fertiliteit in aanraking komt is daardoor niet heel groot. Celine denkt dat je van het positieve uit moet gaan, zeker als je net begonnen bent met proberen om zwanger te worden. 90 procent van de vrouwen wordt wel gewoon spontaan zwanger. Dat is al een heel mooi gegeven, dat het lichaam dat gewoon maar doet. Celine denkt dat we stapje voor stapje, met allemaal verschillende onderzoeken, steeds meer resultaten halen om dat zwangerschapspercentage voor de vrouwen die wel heel moeilijk zwanger worden omhoog te krijgen. Ze vindt het heel mooi is dat daar gewoon heel veel aandacht voor is. Naar onderzoek om, ook al is het steeds maar een klein percentage, steeds iets te verbeteren. Ze hoopt dat in de toekomst nog meer uit te breiden. Er zijn veel gedreven mensen die bezig zijn met onderzoek doen. Celine vindt dat al wel heel mooi is. Zodat de kansen hopelijk steeds groter worden.

90 procent van de vrouwen wordt spontaan zwanger

Een op de zes vrouwen is verminderd vruchtbaar en klopt aan bij de huisarts, maar eigenlijk vergeten we dat 90 procent gewoon zwanger wordt. En dat dat eigenlijk gewoon heel mooi is. 10 tot 20 procent krijgt te horen dat ze een verminderde kans heeft. Er zijn er dus ook nog heel veel vrouwen waarbij het wel gewoon lukt. Van degene met een verminderde kans worden er heel veel ook gewoon nog zwanger.

 

baarmoedergolven
baarmoedergolven

Dit bericht heeft 1 commentaar

  1. Matthijs Van Der Neut

    Hoi Celine,

    Wat leuk om te zien wat je op dit moment allemaal bereikt hebt.

    Van harte met dit enorme succes!

    Groetjes,
    Matthijs

Geef een antwoord